Artikelen

Families en Huwelijken in de periode 1700-1900 - Onwettige kinderen

.
Gebruikerswaardering:  / 3
ZwakZeer goed 

 

Onwettige Kinderen

Een bastaard of een onwettig kind is verwekt en geboren buiten het huwelijk. In de periode 1750-1850 nam het aantal onwettige kinderen enorm toe. In de honderd jaar ervoor kwamen ze vrijwel niet voor. Er zijn allerhande theorieën ontwikkeld om dit verschijnsel te verklaren. Sommigen leggen een verband met de groei van de arbeidersklasse. Anders menen dat het feit dat vrouwen vaker buitenshuis werkten ermee te maken had. Ze verhuisden naar de stad waar ze de sociale controle van ouders en buren achter zich konden laten.

De economische omstandigheden in de late 18de en het begin van de 19de eeuw speelden misschien ook een rol. Door de toenemende armoede stelden koppels het huwelijk langer uit. De periode tussen de puberteit en het huwelijk werd daardoor groter. Sexuele betrekkingen vóór het huwelijk waren volgens de Kerk uit den boze. Deze norm naleven moet de jongeren de nodige frustraties opgeleverd hebben!

De meeste onwettige kinderen kwamen voor in de volksklasse (dienstmeiden, dagloonsters, spinsters en fabrieksarbeidsters). Deze vrouwen lieten bij een huwelijksbelofte sneller hun principes varen in de hoop door het huwelijk hogerop te komen. Dienstmeiden waren bovendien vaker aan seksueel misbruik blootgesteld. Ze waren direct afhankelijk van hun baas waardoor ze handtastelijkheden moeilijk konden afwijzen.

In de zelfstandige beroepsklassen kwamen nauwelijks onwettige kinderen voor. De dochters van ambachtslieden werkten in de winkel van hun ouders en de dochters van boeren werden ingezet op de ouderlijke boerderij. Ze bleven, in tegenstelling tot de dienstmeiden en dagloonsters, thuis wonen en ontsnapten dus niet aan de ouderlijke controle. Ook kregen meisjes uit rijkere families een chaperonne mee om te waken over hun maagdelijkheid.

De toekomstperspectieven voor ongetrouwde moeders waren niet rooskleurig. Zwangere vrouwen deden er daarom alles aan om hun verleider alsnog te strikken voor een huwelijk. Slaagden zij daar niet in, dan werden ze het mikpunt van spot en meestal kwamen ze in een vicieuze cirkel van werkloosheid en armensteun terecht. Slechts zo'n 40% van de ongehuwde moeders slaagde erin om na de bevalling alsnog te trouwen. Veel vrouwen verhuisden naar de stad om hun familie de schande te besparen en de zwangerschap voor hun directe omgeving te verbergen. Sommige ongehuwde moeders raakten aan lager wal en kwamen in de prostitutie terecht.

Vanaf 1890 doen anti-conceptie middelen hun intrede en daalt het aantal onwettige kinderen. In de Westhoek maakt de anti-conceptie pas na de Eerste Wereldoorlog opgang. Het einde van de 19de en begin van de 20ste eeuw werd dan ook vooral gekenmerkt door een groot kinderaantal per gezin.