Artikelen

Families en Huwelijken in de periode 1700-1900 - Hertrouwen

.
Gebruikerswaardering:  / 4
ZwakZeer goed 

 

Hertrouwen

Tot ver in de 19de eeuw werden huwelijken eigenlijk alleen maar ontbonden door de dood. Na het overlijden van de partner hertrouwde men soms. Mannen hertrouwden sneller dan vrouwen. Zo'n derde deel van de mannen hertrouwde binnen een jaar na het overlijden van hun echtgenote. Het rouwproces van de weduwen duurde langer, ongeveer negen maanden en moest publiek gemaakt worden. Bij weduwen golden er afspraken en codes betreffende de kledij en sociale contacten. Hoe landelijker de gemeente, des te langer wachtten de weduwen om te hertrouwen, waarschijnlijk omdat de sociale controle in kleine, landelijke gemeenten veel groter was. Een tweede rem op het hertrouwen van weduwen was de kinderlast. Hoe meer kinderen een vrouw had, hoe langer het duurde voor ze opnieuw trouwde. Ook de leeftijd van de kinderen speelde een rol. Vrouwen, die het alleen financieel konden beredderen, hertrouwden niet zo snel en gaven de voorkeur om te gaan inwonen bij de volwassen zoon of schoonzoon. De weduwestaat bracht vaak een verslechterde materiële positie met zich mee, maar was ook een bevrijding voor de vrouw. De gehuwde vrouw was rechteloos, terwijl de weduwe het beheer over het vermogen kreeg en de voogdij over de kinderen kreeg.

Een derde belemmering voor een tweede huwelijk was de negatieve houding van de samenleving ten opzichte van het hertrouwen van weduwen. Die negatieve houding werd aangezwengeld door de kerk. De kerk had drie rechtvaardigingsgronden voor het huwelijk. Ten eerste moesten er tijdens het huwelijk vele kinderen voortgebracht worden. Ten tweede konden de partners elkaar wederzijds steunen en tenslotte diende het huwelijk voor de inperking van 'de lusten van het vlees'. Deze rechtvaardiging gold echter niet een tweede huwelijk. Enkel de wederzijdse steun was dan nog van toepassing. De kerk was dan ook geen voorstander van een tweede huwelijk, vooral niet van weduwes. Ze werden gehekeld omdat ze kennelijk hun lusten niet konden bedwingen.

Hertrouwen bij weduwnaars was meer geaccepteerd. Zij konden de zorg voor de kinderen gebruiken als reden voor een tweede huwelijk. Er rustte immers een taboe op arbeid van een man in het huishouden.

Bron: Vrijen en trouwen te Deinze (1699-1893) door Eva de Wulf.
Naar een vrije vertaling op: De stamboom van de familie Gelten/Nijssen