Artikelen

Families en Huwelijken in de periode 1700-1900 - Echtscheiding

.
Gebruikerswaardering:  / 4
ZwakZeer goed 

 

Echtscheiding

Tot de 20ste eeuw was het overlijden van één van de huwelijkspartners de meest voorkomende vorm van huwelijksontbinding. Echtscheidingen kwamen vrijwel nooit voor. De kerk beschouwde het huwelijk als een heilig sacrament. “Wat God heeft verbonden, zal een mens niet scheiden” heette het. Er waren echter wel twee alternatieven, namelijk de nietigverklaring en de scheiding van tafel en bed.

Sinds het Concilie van Trente was een huwelijk slechts geldig als er aan bepaalde vormvereisten was voldaan. Indien deze niet nageleefd werden, kon een huwelijk nietig verklaard worden. De scheiding van tafel en bed hield in dat het gemeenschappelijke leven van de echtgenoten werd opgeschort, ze hoefden niet langer samen te wonen en waren ook niet meer gehouden aan de echtelijke plichten. Het grote nadeel van deze regeling was dat de partners gehuwd bleven en dus niet konden hertrouwen. De scheiding van tafel en bed kon bovendien alleen worden toegestaan door een kerkelijke rechter. Deze poogde eerst de partijen te verzoenen en was niet erg happig om deze regeling toe te laten. Op grond van overspel en later op grond van ernstige slagen en verwondingen, ketterij en onverenigbaarheid van karakters werd in een enkel geval een scheiding toegestaan.

Met de invoering van het burgerlijk huwelijk werd ook de echtscheiding via de wet geregeld. Aanvankelijk (met de Franse wetten van 1792) was scheiden vrij eenvoudig. Met de invoering van het Burgerlijk Wetboek keerde men, met de herinvoering van de scheiding van tafel en bed, echter terug naar de principes van de Kerk. Weliswaar is de tussenkomst nu geregeld via een wereldlijke rechter, maar ook deze streefde eerst naar verzoening van de partijen. Het aantal feiten waarop een echtscheiding werd toegestaan werd beperkt tot overspel, gewelddaden en mishandelingen en veroordeling tot een vernederende straf. Vanaf de jaren dertig van de 20ste eeuw werden de toelatingsvoorwaarden voor een scheiding versoepeld dankzij gewijzigde maatschappelijke normen, de emancipatie van de vrouw en het besef dat ingewikkelde procedures scheidingen niet afremmen.