Artikelen

Kees van Tiggelen : Het gezin na de watersnoodramp van 1953 - Zaterdag 31 januari

.
Gebruikerswaardering:  / 1
ZwakZeer goed 

 

Zaterdag 31 januari

Mama is in verwachting en moet de laatste maand rust houden. Ze ligt dag en nacht beneden in de achterkamer op bed. Maryan en Peter zijn op Heerle en gaan daar ook naar school. Ik ben thuis op de Halsterseweg. Er staat een zware storm en ’s avonds valt de elektriciteit uit. Ik mag bij papa en mama in bed slapen. Het interessantste is wel dat ik met de zaklamp mag spelen en daarmee merkwaardige figuren op het plafond teken.
Later in de nacht staat buurman de Ruijsscher aan de deur te rammelen en vertelt dat de polder ondergelopen is. Als het licht is geworden gaan we kijken en zien dat beneden, achter onze tuin, het water staat en dat daar de schuur van Verbeek met al zijn kalkoenen verdwenen is, weggeslagen door het water. Ons huis en onze tuin liggen op de rand van de “Brabantse Wal” en daardoor zo’n 5 meter hoger dan de polder. Als het later op de dag eb is geworden loop ik met Papa de polder in om naar de aangespoelde koeienkadavers en de kapotgeslagen boerenschuren te kijken. Plotseling komt de vloed weer opzetten en we moeten terug naar huis rennen.

b_150_0_16777215_00___images_image_watersnood_amfibie_groot.JPGDe week daarop leren we op school nieuwe woorden: “watersnoodramp” en “helicoptère”, een nieuw uitgevonden vliegtuig van het Belgische leger dat loodrecht kan opstijgen en landen. We zien amfibievoertuigen van het Franse en Amerikaanse leger voorbijkomen, rechthoekige stalen boten die over de weg kunnen rijden.

Op een dag rennen alle kinderen snel de school uit: Prins Bernhard stapt uit een helicoptère om de ramp te komen bekijken. Weken later komen er op school dozen vol speelgoed uit Canada aan en krijg ik een dinkey-toy raceautootje, ik heb het nog. Alle kinderen krijgen speelgoed hoewel op onze school niemand verdronken is en maar heel weinigen schade hebben geleden, of zelfs maar speelgoed zijn kwijtgeraakt. Als zesjarige heb je nog geen idee wat een ramp van dergelijke omvang betekent, hoewel je natuurlijk wel toestanden en aantallen op de radio hoort en foto’s in de krant ziet. De meeste indruk maakten de krantenfoto’s van kapotte huizen. Televisie bestond toen nog niet.

Later zijn we ook wel met oom Louis, die veearts was en een auto had, bij eb naar Tholen gereden en heeft onderweg veel verwoesting gezien. De terugweg was spannend: met het Volkswagentje door het water gereden en aangenomen dat de weg midden tussen de rijen bomen moest liggen. Jaren daarna had ik nog geen trek om mee te gaan op de zondagse fietstocht als die naar Halsteren of Tholen ging, Heerle of Huybergen waren meer in trek want lagen hoger.