Artikelen

In gesprek met... Peet van Tiggelen - Terugkijken op zijn leven in de Wouwse politiek

.
Gebruikerswaardering:  / 4
ZwakZeer goed 

 

Terugkijken op zijn leven in de Wouwse politiek

Marie en Peet  worden op 27 mei 1992 op het gemeentehuis ontvangen, waar hij afscheid neemt als wethouderPeet heeft de 33 jaar in de gemeenteraad als een boeiende en leerzame tijd ervaren. Je kwam met heel veel verschillende mensen in contact. Je kon dikwijls iets betekenen voor de inwoners van je dorp. Er kwamen tijdens zijn wethoudersschap wekelijks gemiddeld zo’n vijftien mensen op het spreekuur. Van vaagheden hield hij niet. De problemen moesten op tafel worden gelegd om iemand echt te kunnen helpen, hoe moeilijk dat ook soms voor de mensen was. Peet was daar hard in, nu veel meer relativerend. Sommige problemen waren ook voor een wethouder niet op te lossen, zeker niet als de betrokkenen alleen maar uit waren op eigen gewin en daar alle middelen voor geoorloofd vonden. Eens kwam een ambtenaar naar de kamer van de wethouder om te vertellen dat iemand vrouw en kinderen op zijn kantoor had achtergelaten met de woorden: „Zorgen jullie er maar voor”. De politie heeft ze toen maar weer weggehaald. Het waren mensen waarmee niet te eggen of te ploegen was en die alleen uit waren om zoveel mogelijk geld bij de gemeente weg te halen. Er waren ook plaatsen waar niemand naar toe durfde te gaan uit angst voor geweld. Peet dacht dat wel te durven maar kwam als eerste een grote hond tegen die een gat in zijn jas beet. Het maakte zoveel indruk op Peet dat hij de jas nog steeds heeft bewaard. Nee, het was niet altijd rozengeur en maneschijn. Het werk als wethouder met daarnaast een andere baan was dikwijls moeilijk te combineren. Er ging veel tijd zitten in het lezen van de stukken, vergaderen, bijeenkomsten en nog veel meer. Het gebeurde wel dat Peet tot half twee ’s nachts op het gemeentehuis aan het werk was. Op de vraag wat hem als wethouder aan grote zaken is bijgebleven in positieve zin was het antwoord: ”Het uitbreidingsplan ‘De Omganck’ en met name de grondaankoop”. Als wethouder zat je met twee petten op. Je moest enerzijds voor de gemeente de grond zo goedkoop mogelijk zien aan te kopen en anderzijds de eigenaren, veelal ook inwoners van Wouw, redelijk compenseren voor hun bezit en inkomstenderving. De meeste eigenaren waren boeren uit Wouw en het is algemeen bekend dat boeren slimme onderhandelaars zijn. De onderhandelingen werden dikwijls gevoerd in een sfeer van kortzichtigheid en jaloezie. Dat het uiteindelijk voor beide partijen tot een goede transactie was gekomen deed Peet nog steeds deugd. “Ik heb er voor de gemeente behoorlijk geld mee verdiend” vond Peet.
Niet alles ging zoals hij het graag gewild had. Een voorbeeld was de oprichting van een wat Peet noemde ‘Suïcideclub’ . Het was Peet opgevallen dat in de gemeente Wouw veel gevallen van zelfdoding voorkwamen. Hij vroeg de drie huisartsen en nog wat andere deskundigen om eens te kijken naar het hoe en waarom van dit verschijnsel. Echt belangrijk onderzoek was er toen nog niet verricht, het was het gevoel van Peet. Het kwam niet van de grond tot teleurstelling van Peet, zeker toen later uit onderzoek naar voren kwam dat in Zuid West-Brabant ongeveer 7% van de sterfgevallen een suïcidale oorzaak had. Een gemiste kans vond Peet. Pas op zijn zeventigste levensjaar, op 27 mei 1992, stopte Peet als wethouder van de gemeente Wouw en hing hij zijn politieke pet aan de wilgen. Na Cluzona werd ook hier Gommert Jonkers weer zijn opvolger.