Artikelen

In gesprek met... Peet van Tiggelen - Het werk naast het werk

.
Gebruikerswaardering:  / 4
ZwakZeer goed 

 

Het werk naast het werk

De beide zonen Kees ( links ) en René met zijn zoveelste gebroken armIn 1946 werd hij gevraagd als tweede kandidaat op de lijst van wethouder Huijgen voor de eerste gemeenteraadsverkiezing na de oorlog. Samen met Frans Huijgen lukte dat vlotjes en Peet was met zijn 24 jaar het jongste lid van de gemeenteraad. “Ik zat tussen de oude mannen”, verzuchtte hij nog. Ook in de gemeentepolitiek begon hij later voor zichzelf en richtte zijn eigen partij, de Middenstandspartij, op. Met deze lijst behaalde hij bij de verkiezingen voor de gemeenteraad precies 999 stemmen, een gigantisch aantal in de toenmalige gemeente Wouw met zo’n 3000 stemgerechtigden. In totaal maakte hij 33 jaar deel uit van de gemeenteraad, waarvan de laatste veertien jaar als wethouder. Als wethouder maakte Peet deel uit van talloze besturen en commissies. „Je werd dan werkelijk overal voor gevraagd”, zei Peet. Niet om zichzelf op de borst te kloppen, maar het was hem in al die jaren wel opgevallen dat je met een beetje hersens al snel óveral voor gevraagd werd. Hij was vanuit de gemeente onder andere bestuurslid van het Werkvoorzieningsschap in Roosendaal met als directeur Paul Wagtmans (de latere interim burgemeester van Wouw) en het regionale woonwagenschap met daarbij de huidige burgemeester van Breda, Peter van der Velden. Hij was medeoprichter van de duo-stad Roosendaal-Bergen op Zoom en hij heeft hele goede herinneringen overgehouden aan de veertien jaar dat hij vice-voorzitter van de Stichting Crematorium in Bergen op Zoom was. Hij zat in nog talloze andere besturen. Over alles weet Peet wel een anekdote. In het WVS-bestuur had hij, naar eigen zeggen, nogal een grote mond. Dat was ook Paul Wagtmans opgevallen, die hem wel eens uit zou leggen hoe een goed bestuurder moest acteren. Met de woonwagenkampen kwam er weer een ander verhaal dat hij onlangs nog opgehaald heeft samen met Peter van der Velden.
In elke plaats in de regio moesten kleine woonwagenkampen worden opgericht. Dat lukte in alle plaatsen redelijk snel behalve in Nieuw-Vossemeer. Daar was de postbode Hommel wethouder en hij deed eigenlijk wat zijn kiezers van hem verlangden. Er kwam, als het aan hem lag, geen woonwagenkamp in zijn dorp. Uiteindelijk is het er toch gekomen, maar het kostte de dames en heren van het bestuur veel energie en overredingskracht.