Artikelen

In gesprek met... Peet van Tiggelen - De wilde jaren na de oorlog

.
Gebruikerswaardering:  / 4
ZwakZeer goed 

 

De wilde jaren na de oorlog

Na de oorlog nam Peet dienst bij de bewakingstroepen. Een uniform was er niet, in plaats daarvan kregen zij een halflange leren jas. Op z’n Wouws waren het de mannen met de lèren jassen. Die bewakingstroepen werden voornamelijk ingezet voor het bewaken van gevoelige objecten. Een van die objecten was het pompstation in Ossendrecht dat heel Zeeland voorzag van drinkwater. Daar waren vrij veel mannen uit Wouw bij betrokken. Peet kon zich de namen nog goed herinneren. Dat waren onder andere Sjaan Gommeren, Jef Raats en Jantje van Merode. Over Jantje van Merode schudde Peet nog een verhaal uit zijn mouw, waar hij nu nog om moest lachen. Ook ’s nachts moest wachtgehouden worden bij het pompstation. Er was op het terrein een put waar warme lucht uit kwam afkomstig van de verwarming. Op de put hadden de mannen ‘mustert’ gelegd om op te kunnen zitten en om zich op die manier te kunnen verwarmen. Toen Peet ’s nachts als wachtcommandant zijn ronde deed om te zien of de wachtposten paraat waren, zag hij Jantje zitten op de ‘mustert’ met het geweer rechtop tussen zijn benen. Door de warme lucht was Jantje in slaap gevallen. Peet bekeek de situatie, besloot Jantje eens flink te laten schrikken en schoot het met scherp geladen geweer van Jantje af. Omdat Jantje dacht dat hij beschoten werd, ging hij onmiddellijk in dekking. Ze hebben er samen geweldig om gelachen. Elke zondag kwamen de vriendinnen naar Ossendrecht. Zij gingen voor de vorm op familiebezoek, maar ondertussen bezochten ze de daar ingekwartierde militairen. Ook Marie Pijs, de latere vrouw van Peet, ging daar op bezoek. Zij hadden het daar heel goed naar de zin met Engelse sigaretten en lekker eten. De militairen stonden daar onder Engels bevel en werden ook door hen bevoorraad.

Bedankbrief van de Familie RottenbergEr was aan niets gebrek. Naast Ossendrecht waren zij ook aan de Tholenseweg bij de familie Bovee gelegerd. Het was de enige toegangsweg van Halsteren naar het eiland Tholen en men moest voorkomen dat overgebleven Duitsers van het eiland konden ontkomen. Dat was voor die Duitsers toch al niet zo gemakkelijk, want men had de enige verbinding met het vaste land, de brug over de Eendracht, in de lucht laten vliegen. Op die plaats hoorden zij op een dag dat er in Wouw een ramp had plaatsgevonden. Er was een V1 in de Doelen gevallen met veel doden en gewonden. Het was aan de mannen bij Halsteren volledig voorbijgegaan. Na de oorlog bezocht de commandant van het geschut dat de V1 vanaf de wei van Van Zundert had neergehaald nogmaals Wouw. Hij had gehoord wat een verwoesting was aangericht door die V1 en hij voelde zich nog verantwoordelijk voor wat er was gebeurd. Het werd voor hem een heel emotionele tocht door ‘de Doelen’.