Artikelen

In gesprek met... Leen Elst en Willem van Tiggelen van café De Roskam

.
Gebruikerswaardering:  / 0
ZwakZeer goed 

Wie kent er in Wouw en omstreken niet café De Roskam, het monumentale witte pand gelegen aan de Bergsebaan, de oude weg van Wouw naar Bergen op Zoom? Het was op die weg, tot de ingebruikname van de A58 in december 1953 rond Wouw, behoorlijk druk. Van die drukte is gelukkig veel verdwenen en in het gezellige café is daar vandaag al helemaal niets van te merken.
Eigenlijk zou er als kop boven dit stukje moeten staan: "In gesprek met Leen Elst", want Willem onttrekt zich een beetje aan het gesprek dat ik op Goede vrijdag 9 april 2004 met hen had. Van hem hoefde die aandacht allemaal niet zo.

 

 


 

De jeugd en het gezin

De jeugd en het gezin Hij werd geboren op het Zuideinde (het Zuieind) op 23 november 1921 en zij op 4 september 1923 op Zoomvliet. Ze zouden hun verdere leven niet meer uit de buurt vertrekken.
Leen was de jongste van vier kinderen, twee jongens en twee meisjes en is nog als enige van de vier in leven.
Haar moeder, Elisabeth Mol, was afkomstig uit Roosendaal, haar vader Jan Elst kwam van Zoomvliet. Terwijl moeder voor het gezin zorgde, verdiende vader "de kost" als stoker op buizenfabriek De Leeuw in Halsteren. Dezelfde eigenaar als "de Fabriek" op Zoomvliet, maar daar heeft haar vader nooit gewerkt. Hij werkte vijftig jaar bij De Leeuw in ploegendienst en kreeg daarvoor een Koninklijke onderscheiding. Helaas mocht hij niet lang van zijn oude dag genieten, hij overleed op 65-jarige leeftijd. Moeder bereikte, mede dankzij de jarenlange verzorging van Leen de, zeker voor die tijd, respectabele leeftijd van 81 jaar. Leen kijkt met voldoening terug op die tijd toen het woord mantelzorg nog niet bestond, maar wel door haar in praktijk werd gebracht. Ze vond het geen last of plicht, moeder was voor de kinderen ook goed geweest en dan hoef je jezelf later ook niets te verwijten was haar verklaring.
Leen met haar zes kinderen rond 1950 (collectie familie van Tiggelen) De verhoudingen binnen het gezin waren duidelijk: vader zorgde voor het geld en moeder was de baas in huis. Ruzie hebben ze nooit gehad volgens Leen, daar hadden ze toen simpelweg geen tijd voor. Haar schooltijd bracht Leen door in Wouwse Plantage, bij meester Coremans en juffrouw Hectors. Willem ging in Heerle naar school. Ze ging graag naar school en kon behoorlijk goed leren zegt ze. Streng vond Leen het zeker niet. Na haar schooltijd werkte Leen van haar veertiende tot aan haar trouwen op de zeepfabriek aan de Balsebaan in Bergen op Zoom. Ze produceerden daar naast zeep onder andere ook nagellak en tandpasta. De verdiensten moeten gezien worden in het licht van die tijd. Voor een werkweek van vijf en een halve dag ontving ze in het begin fl. 2,75 (±€1,25).


 

De eerste jaren samen

Al heel jong liepen Leen en Willem elkaar tegen het lijf en zoals het toen veelvuldig voorkwam, raakte Leen in verwachting van de eerste van hun zeven kinderen.
Op de vraag of hun ouders daar niet veel moeite mee hadden antwoordt Leen: "Nee dat viel eigenlijk wel mee, je raakte eigen aan elkaar en we hadden geen "materialen" zoals de jongelui van tegenwoordig". Nadat ze op 1 juli 1942 voor de wet waren getrouwd in Wouw, huwden ze de dag erna, op 2 juli 1942 om zeven uur voor de kerk in Wouwse Plantage. Alles ging lopend want een fiets was niet voorhanden. Vroeg in de ochtend trouwen was goedkoop en Willem moest tenslotte om negen uur weer gaan werken. Het was in die tijd normaal dat alleen de vrouw een trouwring kreeg, voor de man was geen goud of geld genoeg. Het kersverse echtpaar ging bij de ouders van Leen inwonen, iets wat in die tijd heel gewoon was.
Foto van het gezin van Tiggelen (1982). Genomen bij het veertigjarig huwelijksfeest van Leen en Willem De oorlog ging redelijk ongemerkt aan hen voorbij. Ze hebben wel een paar dagen in de schuilkelder bij Peer Segers doorgebracht aan het eind van de oorlog, maar dat was het dan wel. Tot november 1969, bijna 35 jaar geleden, bleven ze op Zoomvliet wonen. Het ouderlijk huis verkochten ze en ze verhuisden naar De Roskam. Voor die tijd werkte Leen al een paar dagen in de week in dit café bij de toenmalige uitbater Struijk die het huurde van een zekere Frans Jansen uit Bergen op Zoom.
Leen en Willem voelden wel iets voor het cafe vak. De stap om zelf het café uit te baten was klein en logisch. Samen met dochter Riet runden ze al die jaren het café, dat later in eigendom van de familie kwam. Een belangrijke afspraak maakte Leen en Willem toen ze met het café begonnen. Ze stopten zelf met het drinken van alcohol. Een goede tip wellicht voor starters in de horeca: wordt nooit de beste klant van je eigen café.


 

De rol van Willem

Willem is, vermoed ik, de stille kracht achter het hele gebeuren. Ook toen ze het café hadden overgenomen bleef Willem werken. Eerst in de haven in Rotterdam en later bij Het Brabants Landschap.In de avonduren en in het weekeinde sprang Willem bij in de zaak en onderhield de groente tuin en de parkeerplaats achter het café. Op 58-jarige leeftijd maakte hij gebruik van de VUT wat hem meer ruimte gaf om in de zaak te helpen. De kapitein van de Roskam blijft Leen zover is wel duidelijk.


 

Een beetje geschiedenis

Het café is al die jaren nauwelijks veranderd. Noch van buiten en noch van binnen. Aan de buitenkant kun je nog zien dat het vroeger een afspanning was met aan de noordkant nog de grote staldeuren en de ringen in de stoep voor het café. Een afspanning was een herberg waar de reis kon worden onderbroken, waarbij zowel mens als trekdier kon worden verzorgd. Voor korte onderbrekingen werden de paarden buiten aan de ringen in de stoep vastgebonden. Voor een overnachting was voor de paarden binnen een stal ingericht. Een van de staldeuren aan de voorzijde is opgeofferd toen een nieuwe toiletgroep werd gebouwd. Binnen vind je nog een mooie, goed werkende jukebox, niet omgebouwd voor Cd’s maar gewoon met 45-toeren plaatjes uit de jaren zestig en zeventig. Natuurlijk is er ook een moderne geluidsinstallatie, maar die jukebox blijft waar die is. Het interieur is van het type bruin café zoals dat hoort bij een etablissement zoals dit.
Ook het drankassortiment is niet of nauwelijks gewijzigd in die 35 jaar. Natuurlijk zijn ze niet ontkomen aan andere soorten bier dan alleen Heineken, maar veel van die andere "flauwekul" ,zoals breezers en allerlei soorten whisky, zul je in De Roskam niet vinden. Met veel plezier denkt ze nog terug aan de negen jaar dat "de voetbal" op het grote parkeerterrein achter de zaak de Roskamse kermis organiseerde. Dan werd in een grote tent van alles georganiseerd; een rommelmarkt, de sterkste man en nog veel meer. Dat was heel gezellig. Het was toch net weer iets anders dan de gebruikelijke buurtkermissen die vroeger veelvuldig voorkwamen in Wouw, zoals Vroenhoutse kermis, Brembosse kermis en de kermissen in andere buurtschappen.
Met veel genoegen denkt ze ook terug aan de tijd dat de boeren de schetsen van de koeien die verkocht waren, kwamen inleveren. Dat kon elke week bij onder andere Ria Dekkers van de Brembos en Janus Adriaansen uit Huijbergen, die dan in De Roskam zitting hielden. Schetsen zijn tekeningen van koeien, waarop precies is vastgelegd hoe de tekening van de huid is. Het was het "kentekenbewijs" van de koe. Tegenwoordig zijn die schetsen vervangen door de veelbesproken oormerken.
Aardige mensen waren dat en het bracht natuurlijk klandizie in de zaak.


 

De klanten

Niet alleen Leen en Willem wonen al bijna 35 jaar in De Roskam, ook een groot deel van hun klanten zijn samen met hen oud geworden in deze zaak. De klantenkring bestaat voor het overgrote deel uit mannen, die bijna als familie worden beschouwd. Zoals Leen zegt: "Het is geen vrouwencafé".
Wie zijn de klanten van De Roskam? Zoals eerder gezegd, bestaat het overgrote deel uit vaste klanten. Er wordt in de zomer een keer per maand op zondagmiddag van twee tot vijf uur gerikt aan wel tien tot twaalf tafels. De tijden zijn zo gekozen dat iedereen weer op tijd thuis kan zijn voor het eten. Dat vindt Leen belangrijk, alles op zijn tijd en geen gedonder in de gezinnen. Er is een biljartclub en een voetbalclub heeft er zijn thuishaven. Tegenwoordig komen in de zomer veel fietsers even uitrusten en genieten van een drankje.
De grote staldeuren van de vroegere afspanning zijn bespaard gebleven Problemen hebben ze nooit gehad in de zaak. De trammelant die je tegenwoordig in de krant leest over het uitgaansleven is volledig aan hen voorbij gegaan. Dat heeft natuurlijk te maken met het publiek dat de Roskam bezoekt maar zeker ook met de omgang van Leen en Willem met hun klanten.
Vakantie en vrije dagen zijn aan Leen en Willem niet besteed. Natuurlijk zijn ze wel eens naar Amsterdam en Rotterdam geweest. Leen logeerde zelfs een nacht bij kennissen in Den Haag. Dat zal niet meer gebeuren als het aan haar ligt. Niet dat het geen aardige mensen waren, maar er gaat niets boven thuis.


 

Privéleven

Leen en Willem op hun vertrouwde plaats achter de toogOver hun privéleven hoor je Leen en Willem niet klagen. Zoals vermeld werden uit hun huwelijk zeven kinderen geboren. Een meisje overleed op de leeftijd van 10 maanden. Ondertussen spreekt Leen liever over twaalf kinderen om de goede relaties met de schoonkinderen binnen de familie te benadrukken. Er zijn zeven kleinkinderen en vier achterkleinkinderen die allemaal in de buurt wonen en met de regelmaat van de klok thuis komen. Ze stelden geen hoge eisen aan het leven, het leven werd genomen zoals het kwam. Er werd zuinig geleefd en ze hebben gelukkig lang van een goede gezondheid mogen genieten.
Leen heeft in de loop der jaren wel drie nieuwe knieën gekregen in het ziekenhuis vanwege slijtage en heeft ondertussen wat hulpstukken nodig om zich voort te bewegen, maar daar hoor je haar niet over klagen.


 

Opvolging

Als je komt te spreken over de kinderen en de leeftijd van Leen en Willem in ogenschouw neemt is de vraag naar mogelijke opvolgers logisch. De vraag wordt kort en duidelijk beantwoord. Geen van de kinderen of kleinkinderen heeft zin om hen op te volgen. Daar doen Leen en Willem helemaal niet sentimenteel over.
Dat is hun leven en hun keuze. "Je moet dat als man en vrouw samen willen anders wordt dat niets. Daar bemoeien wij ons niet mee", vertelt Leen. Nou zal dat opvolgen nog wel even kunnen duren, want Leen en Willem zijn nog niet van plan om met de zaak te stoppen. Zolang ze nog een goede gezondheid genieten, kunnen ze het nog best redden samen met hun dochter. En ook al is Wouw bekend als "geraniumdorp", deze bloemen vind je niet in De Roskam en Leen en Willem zullen er ook niet achter gaan zitten als het aan hen ligt.


 

Naschrift

Het karakteristieke witte café aan de Bergsebaan te HeerleIn de herfst/winter van 2004 is de Roskam wegens omstandigheden tijdelijk gesloten geweest. Aan de Bergsebaan in Heerle is in juli 2008 een pannenkoekenrestaurant geopend in het voormalige café De Roskam.

Auteur van het artikel: Kees Hellemons, namens Heemkunde Kring 'de Vierschaer' - Wouw (Noord-Brabant)
Interview en publicatie: Wouwse Plantage september 2004, de Vierschaer - jaargang 22 - aflevering 3 (ISSN 0169-7129)