Artikelen

Van landadel tot arbeider: maatschappelijke status van het geslacht Van Tiggelen

. Gebruikerswaardering:  / 2
ZwakZeer goed 
Gepubliceerd op zaterdag 10 november 2007 08:48
Geschreven door Jan van Tiggelen
Hits: 5530

Het geslacht Van Tiggelen (Van Tichelt) heeft zich – zover als het onderzoek reikt – altijd primair beziggehouden met het boerenbedrijf. Tot ca. 1770 mochten de Van Tiggelens gerekend worden tot de categorie “boeren van aanzienlijk formaat”.

 


Het geslacht Van Tichelt behoorde in de middeleeuwen tot de landadel. In de latere middeleeuwen bestond er een “hogere” en een “lagere” adel die op afkomst gegrond was. De "lagere adel", ook wel landadel genoemd, kwam voort uit de verarmde hogere adel, de keizerlijke ambtenarenkaste, geridderde krijgers, in een enkel geval (in het Oude Hertogdom Brabant) uit een koopmansfamilie, maar meestal uit de gegoede landbouwersstand. Het kenmerk van de landadel was meestal belangrijk leen- en cijnsgoederenbezit. De eerste schrede op de adellijke ladder was dikwijls het schoutsambt van een plattelandsheerlijkheid.

Landschap met hofstede en windmolen, ca. 1610/1640, atelier Jan van Brueghel de Oudere. De landadel aangesproken met de titel “jonker” maar wordt aanvankelijk in akten niet zo vernoemd. In de oudste akten kan men de landadel herkennen aan het predikaat “Jouffrou” dat werd toegevoegd aan de voornaam van de echtgenote. Veel later wijzigde dit in “Joncfrau”. Alleen de ridders (en de geestelijken) voerden “Heer” voor hun voornaam. De jonkers beoefenden lange tijd landbouw op een grote schaal. De boerenstand was dus nauw verwant met de adel. Het parool luidde “een goed ridder beploegt ’s morgens zijn akker en rijd ’s middags ten tournooi”. De landedelman woonde doorgaans op een omwaterde “hofstede” waar niet zelden bier werd gebrouwd en graan werd gemalen. Deze nederzettingen vormden later vaak de basis voor een burcht van de betreffende heerlijkheid.

Het geslacht Van Tiggelen (Van Tichelt) heeft zich – zover als het onderzoek reikt – altijd primair beziggehouden met het boerenbedrijf. Tot ca. 1770 mochten de Van Tiggelens gerekend worden tot de categorie “boeren van aanzienlijk formaat”. Een bewijs hiervan is het aantal openbare functies dat aan leden van het geslacht Van Tiggelen toebedeeld is geweest, en het gewicht van deze functies. In de vroegere samenleving met zijn scherp omlijnde rangen en standen, was de uitoefening van functies als schepen, plebaan, schout, kanunnik, stadhouder (= rentmeester), gemeentesecretaris, kerkmeester, burgemeester, notaris e.d. slechts weggelegd voor een beperkte kaste van aanzienlijken, op het platte land meestal rijke boeren. Bepaalde takken van het geslacht Van Tiggelen hebben zich ook gespecialiseerd in het notarisambt. In West Brabant is de naam van Tiggelen in notariële kringen geen onbekende. Ook in de Antwerpse schepenbank vind je Van Tichelts terug. Ene Gerard van Tichelt wordt in 1388 genoemd als schepen en in 1397 als binnenburgemeester van Bergen op Zoom waar “hij tot een der vermogendste personen van die belangrijke stad behoorde” (citaat Van Schijndel).

De familie Van Tichelt is in de 14e en 15e eeuw meermalen geparenteerd geweest aan het geslacht Van Heesbeen. Dit geslacht, dat vernoemd is naar de heerlijkheid “Heesbeen” in het land van Heusden, behoorde aanvankelijk tot de hoge adel. Het geslacht Van Heesbeen stamt namelijk af van de Heeren van Heusden die op hun beurt weer voortgekomen zijn uit de heren Van Kleef. Vandaar ook dat het geslacht Van Heesbeen een achtspakig wiel in zijn familiewapen voert. Via Van Heesbeen, kan de link van Van Tichelt naar de hogere adel en vervolgens naar Karel de Grote worden gelegd. Onder de button “Achtergronden” vind je een artikel hierover. De Van Heesbeen’s verdwijnen uit het land Van Heusden om zich vervolgens te vestigen in de regio Antwerpen en Lier. Hier zakken zij af naar het niveau van kleine (maar oude) landadel en vervolgens naar het niveau van de “gewone” burgerman. De hedendaagse nakomelingen uit dit geslacht, weten vaak niet eens dat zij afstammen van een zo oud en voornaam geslacht. In tegenstelling tot de Van Heesbeen’s weten verscheidene takken van de familie Van Tichelt hun maatschappelijke positie aanvankelijk veel beter te behouden.

Zo bezat Pieter Jansen van Tichelt begin 18e eeuw een boerderij "hoeve Moerbeek" te Wouw en was hij raadslid voor Westelaar van het Wouwse gemeentebestuur. Ook zijn zonen waren boeren van formaat. Adrianus betrok de hoeve "De Plas" onder Moerstraten. In 1765 wordt hij vermeld als schepen van Moerstraten. Cornelis nam van zijn ouders de hoeve Moerbeek over, die hij pachtte van Petrus Beckers. Later is de boerderij in zijn eigendom overgegaan, want uit 1788 dateert een kadastrale kaart, die landmeter B.A.Adan op verzoek van Van Tiggelen van de hoeve met 98 gemet (39,2 ha) grond heeft gemaakt. Tot aan 1842 blijft de hoeve eigendom van de familie. Wilhelmus vertrekt in 1776 met zijn gezin naar Roosendaal waar hij een vrijwel nieuw boerenbedrijf op de "Vischdonk" pacht van de Baronie van Breda.

Ook hier treedt echter een kentering op. Een goed voorbeeld hiervan is Jan van Tiggelen, geboren in 1768. Uit alle gegevens die tot nu toe over hem verzameld zijn, blijkt dat hij er niet of nauwelijks in is geslaagd om, naar de aloude familietraditie, een zelfstandig boerenbedrijf van enige omvang te realiseren. Zijn zoon Adriaan van Tiggelen wordt in alle officiële akten als “arbeider” gekarakteriseerd. Diens, nog steeds bestaande behuizing aan de Notendaalsedijk onder Steenbergen, getuigt ook van een duidelijk geringere welvaart dan die zijn voorouders moeten hebben gekend. Dat de affiniteit met het boerenbedrijf toch diep geworteld zat in de hier besproken lijn van het geslacht Van Tiggelen, bewijst het feit dat Adriaans zoon Christiaan van Tiggelen, nog tot ca. 1900 werkzaam was in het boerenbedrijf. In andere takken van de familie blijft de aloude traditie langer levend. Een voorbeeld hiervan vinden we in de Kortendijkse tak: in 1913 neemt Jan van Tiggelen de boerderij aan de Kortendijk 130 te Roosendaal over. De Van Tiggelens zullen er nog vier generaties lang een boerenbedrijf exploiteren. Onder de button “Achtergronden” vind je een artikel hierover.

Tegen het einde van de 20e eeuw is de oude traditie vrijwel verbroken, en zijn de nakomelingen uit het boerengeslacht Van Tiggelen volledig geïntegreerd in de nieuwe geïndustrialiseerde samenleving met zijn veelheid van beroepen.

Bronnen: "Genealogie der familie Van Tiggelen" door B.W. van Schijndel. Met dank aan Bert Broeders en Adje van den Bosch - Van Tiggelen die dit materiaal beschikbaar stelden.