Artikelen

De familie van Tichelen en de gebieden Beerschot en Kiel

. Gebruikerswaardering:  / 2
ZwakZeer goed 
Gepubliceerd op zaterdag 30 januari 2010 00:00
Geschreven door Jan van Tiggelen
Hits: 7031

Het gebied Oud Kiel in AntwerpenDe naam Beerschot roept, zeker in Belgie, diverse associaties met sportclubs, zoals Germinal Beerschot op. Een verband met de familie van Tichelen wordt echter niet zo vaak gezocht. Toch heeft de familie van Tichelen in de historie van Kiel en Beerschot de hand gehad in de het gebied rond de Beerschothof. De naam "Beverscot" komt voor het eerst voor in 1155 in een akte van Bisschop Nicolaas van Kamerijk, waarin wordt gezegd dat de gronden, aangeduid onder de naam "Terra de Beverscot cum mansis, pratis et pascuis" (met molens, weiden en weilanden) afgestaan werden aan de Nobertijner Kanunniken van de inmiddels afgebroken Abdij van Sint-Michiel. In de twaalfde eeuw richtte de heilige Norbertus in het zuiden de Sint-Michielsabdij op.

In 1161 vermeld een akte van de Graaf van "Terra de Bernescot cum mansis, pratis et pascuis" benaming die sindsdien de bovenhand kreeg. Die Bernescot omvatte een molen, verscheidene hoeven, weiden en weilanden, en een bebost gedeelte. Bernescot was gelegen tussen de Schelde, de Kronenburgstraat, de Kasteelpleinstraat, de Markgravelei en de grondgebieden van Wilrijk en Hoboken. Het noordelijk gedeelte van dat gebied heette "KYLE" het zuidelijk "BERNESCOT". Dit laatste was verdeeld in een laaggelegen terrein (gebroecte) waar vandaan komt Kielsbroeck en Hobooksbroeck en een bebost gedeelte; de Bernescoterhaghe.

 


 

Historie van Kiel en Beerschot

De naam "Kyle" (Kil-Kiel) duid op een rivierelleboog of waterdiepte, een doorvaart tussen twee zandbanken zoals die vaak ontstaan in bochten van een rivier. Het is niet uitgesloten dat de "Kyle" een kleine haven was, waar vroeger aangelegd werd door de inwoners van de streek.

Wie beweert dat Bernescot destijds gewoon een weide was op het Kiel slaat de bal mis. Het oorspronkelijke Kiel situeerde zich rond de Oever en de Sint-Jansvliet. Het 'Kil', schreef de vermaarde historicus Floris Prims in zijn Geschiedenis van Antwerpen, had als kern de huidige straat het Zand, waar toen het haventje 'Kyle' (Caloes voor de Romeinen) moet gelegen hebben. Het Kiel is altijd een verhaal apart geweest. Hoewel de wijk sinds eeuwen een deel van 't stad is, blijft het Kiel tot op vandaag van het stadscentrum van Antwerpen gescheiden. Vroeger door de eerste stadswallen en de vesting, nu door de Ring. En dan te bedenken dat de grenzen van de wijk ooit tot aan de Sint-Jansvliet en de Markgravelei liepen.

Oud-Kiel stadsdeel van de stad AntwerpenHet huidige "Kiel" (oranje). Dit gedeelte werd vroeger "Beerschot" genoemd. Het eigenlijke Kiel lag noordelijker. Het haventje "Kyle" en het "Kil of Kiel" lag aan de huidige St-Jansvliet. Het Kiel leidde eeuwenlang een zelfstandig bestaan. Pas in de helft van de zestiende eeuw werd de "heerlyckheid" een deel van Antwerpen. Maar zelfs onder Antwerps bewind leidde de wijk lang een eigenzinnig bestaan met een eigen schepenbank (college), een eigen rechtsspraak en talloze voorrechten. De Kielenaren hadden zelfs hun eigen galg, die op Hobokens grondgebied stond.

De naam "Bernescot" is een samenstelling van twee woorden. Berne (gevaar) en scot (schutting). Als berne bij gevolg gevaar en scot, schutting of afsluiting betekent, dan is het vanzelfsprekend dat Bernescot staat voor 'afsluiting tot afwering van het gevaar;. In het moerassig gedeelte werden kudden zwijnen gehoed. Die kudden hadden een schutting nodig om ze tegen gevaar te beschermen. Dit gevaar was niet denkbeeldig, want in het bebost gedeelte leefden beren, die de zwijnenkudden bedreigden. Vandaar dat men in het wapenschild van Beerschot een beer en drie eikels terugvindt.


 

Verhandelingen van Beerschot

In 1186 vindt men in een charter van Hendrik I de naam "Bernescot" veranderd in "Berenscot" of "Berenschot" en in 1452 vindt men reeds het "Beerschothof" vermeld waaronder de "Beerschotvelden" lagen. De toenmalige eigenaren, de Kartuizers die richting Lier trokken in 1540, lieten de terreinen in 1522 over aan Adriaan Elout. Na zijn dood werd het testamentair toegewezen aan zijn neef. Zijn familie verkocht het op hun beurt voor 4800 florijnen aan Nicolaas Croeck-Roberts in 1589. Hij verkocht het voor in 1610 aan Adriaan De Witte, griffier van de Antwerpse Wezenkamer en aan de heren van Buerstede en Vekene. De familie De Witte had het domein om en bij de 280 jaar in hun bezit. De laatste vertegenwoordiger was Baron Jean De Witte, echtgenoot van Vrouwe Anne Louise Marie Crespin, gravin van Billy. Het waren de kinderen van Baron Jean De Witte, die in 1891 afstand deden van de gronden aan de heer Ed. Fr. Walschaerts-Severin van wie de heer Van Tichelen enkele jaren later het domein afkocht. Omstreeks 1890 behoorden ook nog 19 hectaren toe aan een maatschappij die paardenraces hield.

De heer Ernest Grisar, vader van Alfred kocht die gronden van deze maatschappij, waarop de nieuw gevormde sportclub "Beerschot A. C." zijn intrek nam. Groot sportliefhebber en uitmuntend voetballer van zijn prilste jeugd af, had hij het geluk in 1899 zijn studies in Engeland aan het College van Brighton te doen, waar hij de uitzonderlijke gelegenheid had alle sporten te beoefenen; wat hem als het ware voorbestemde om een vooraanstaande rol te spelen in het toen ter tijde nog weinig gewaardeerde sportleven in België.

Gedurende zijn vakantie in 1899 had Alfred Grisar zijn vader voorgesteld aldaar een grote club te vestigen, die alle soorten sport zou beoefenen. Deze ging hiermede onmiddellijk akkoord en vroeg hem een volledig ontwerp voor te leggen. Aldus was op 3 September 1899 het oprichten van een nieuwe club in principe besloten. Dat ontwerp onderging ongelukkiglijk een ernstige vertraging door het overlijden van de Heer Ernest Grisar in November 1899, daarom werd er voor de kleuren paars - wit gekozen. Alfred zei vaarwel aan zijn College te Brighton en kwam naar Antwerpen terug. Man van de daad, zette hij zonder dralen zijn idee door en samen met vier zijner intiemste vrienden; Max Elsen, Edouard Lysen, Charles Hunter en Paul Muller stichtte hij op 1 Februari 1900 de Beerschodt Athletic Club met als doel de beoefening en de verspreiding van alle soorten sporten, zoals voetbal, lopen, lawn tennis, cricket, hockey enz.


 

Een woelige historie

In de Romeinse tijd werd het gebied bewoond door de Friezen en later door de Franken. Het waren zij die de plek Kyle en Bernescot noemden. Het zijn de voorlopers van Kiel en de voormalige wijk of gehucht Beerschot. Wat tegenwoordig Kiel genoemd worden is feitelijk Beerschot. Op dat Beerschot stonden destijds ooit huizen en werd handel gedreven. Beerschot was dus minstens een gehucht en misschien wel een zelfstandige gemeente. Net zoals de rest van Antwerpen maakte het Kiel in de loop der eeuwen woelige perioden door. Tijdens de Franse furie wordt het stadsdeel flink onder handen genomen en gaat onder meer de kerk in vlammen op. In 1872 krijgt het Kiel een nieuwe kerk: de Sint-Catharinakerk, die er nog altijd staat.

Nog geen twee jaar later, in 1874, beslist het stadsbestuur om een aantal straten aan te leggen op het Kiel. Het gaat om de Abdijstraat en kort daarop de Berendrecht-, Zandvliet en Wittestraat. Het is de kern van wat tegenwoordig Oud-Kiel wordt genoemd. De familie Van Tichelen stond een eerste strook grond af voor het aanleggen van de steenweg op Boom en in 1919 een tweede voor het aanleggen van de Viie Olympiadelaan.

Van het oorspronkelijke Kiel blijft enkel nog het Prelaatshof in de Wittestraat over. Het hof dateert van 1150 en vormde een buitenverblijf voor de abten van de Sint-Michielsabdij. Nu is het een school: Maria Boodschap. In de achttiende eeuw liet abt Christomus Teniers er een poort plaatsen met een wapenschild, een beer en drie eikels en zijn lijfspreuk 'Tene Quod Bene', latijn voor 'Behoud was goed is'. Dit wapenschild of embleem was destijds ontworpen door de Norbertijner Kannuniken van de abdij van Sint Michiels waar tijdens godsdienstoorlogen en de beeldenstorm preken werden gehouden. Ook werd hier over de opkomst van nieuwe leer van Luther gesproken. Het is rond deze periode dat allicht de lijfspreuk "Tene Quod Bene" onstond.


 

Bronnen

Kroniek van het Belgische voetbal - Deel 1 -Pioniers en Rode Duivels - 1863-1906 van Jean Fraiponts en Dirk Willocx. (ISBN 90-77314-14-6)
Honderd jaar Beerschot -Eén eeuw voetbal in woord en beeld - Diverse auteurs/samenstellers. Verantwoordelijke uitgever : Danny Geerts - Gestelsebaan 6 - 2980 Halle-Zoersel